Naam | Wiebrigje Johanna Heslinga | |
Roepnaam | Wieke | |
Geboorte | 08 juli 1914 | Zutphen ![]() |
Geslacht | Vrouwelijk | |
Overlijden | 4 feb 1994 | Hummelo ![]() |
Crematie | 8 feb 1994 | Dieren ![]() |
Beroep | Kleuteronderwijzeres te Laag Keppel | |
Persoon-ID | I3140 | Stamboom | Stamboom van de familie Kets (en Ketz) |
Laatst gewijzigd op | 4 apr 2025 |
Gezin 1 | Gerrit Kets, geb. 4 mrt 1915 ovl. 29 mei 1955, Zutphen ![]() | |
Huwelijk | Type: burgerlijk huwelijk | |
Ondertrouw | 1 apr 1946 | Gem. Hummelo en Keppel ![]() |
Gezins-ID | F1204467171 | Gezinsblad | Familiekaart |
Laatst gewijzigd op | 30 jan 2025 |
Gezin 2 | Reinder Willem de Jonge, geb. 8 jan 1911, Leiden ![]() ![]() | |
Huwelijk | 7 jun 1960 | Arnhem ![]() |
Type: burgerlijk huwelijk | ||
Gezins-ID | F1206394375 | Gezinsblad | Familiekaart |
Laatst gewijzigd op | 9 jan 2025 |
Gebeurteniskaart |
|
||
Pin Legenda | ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() |
Foto's | Wieke Johanna Heslinga |
Documenten | ![]() | Wiebrigje Johanna Heslinga, geboren op 8 juli 1914 - 1 |
![]() | Wiebrigje Johanna Heslinga, geboren op 8 juli 1914 - 2 | |
Rouwkaart Wiebrigje Johanna Heslinga | ||
![]() | Door Wiebrigje verzamelde gedichten Armoe 'k Heb zo'n honger naar een lied In dit huis van eenzaam wezen, Waar 'k nog in geen blik mocht lezen Dat een mens me gaarne ziet. 't Kloksken tikt melacholiek... 't maakt me monotoon en kranke, God, ik smacht naar dieper klanken, 'k Heb zo'n honger naar muziek... Ach... en zo'k mezelve sus Met een blom of een gebeken... Ziet ge niet mijn lippen smeken... 'k Heb zo'n honger naar een kus! Leven, dat ik lieven moet, Leven... kunt ge zó me laten Zonder liefde... zonder haten? 'k Heb zo'n honger naar uw gloed. Oorspronkelijk van de Vlaamse dichteres Alice Nahon (1896-1933) | |
![]() | Door Wiebrigje verzamelde gedichten Idylle Toen kwam er een zuchtje van 't Zuiden gewaaid En blies door heur zonnedoek, rood en doorzaaid Met pek-zwarte stipjes. Hij klapperd' en wapperde boven de haag, Het windeke flodderde omhoog en omlaag Z'n tipjes. Heur donzige krullekens kroezelden vrij; Heur fonk'lende kijkerkens loechen naar mij, - Twee blauwende blinkers; - Ik zag door de blâren heur heldere jak En 'k hoorde van klompen het klikkergeklak Op klinkers... Plots klonk er een stemmeke boven de haag Dat zong er een liedeke, lijzekens-traag, Van simpele dingen...; De kruiwagen knerste van pieperdepiep... Terwijl zij, al kruiende en lachende liep Te zingen... Oorspronkelijk van de Vlaamse dichteres Alice Nahon (1896-1933) | |
![]() | Door Wiebrigje verzamelde gedichten Opééns zweeg het wielke... Ze giegelde 't uit!... Ze wuifde..., ze knikte... Was 't wijzeken uit Van 't oud-Vlaamsche lieke? Och, neen!... maar een maaier, bezweet en bezond, Riep ginder in 't koren, de hand aan den mond: ‘Dag Mieke!’ Aan 't verre dorpken Waar de hei te bloeien staat Speelde ik ééns als kind; 'k Lachte en zong er, vroeg en laat Stoeide er met den wind. Och, 'k en wist geen leed, geen zucht, Vlocht maar erica's; Boven mij hing heel de lucht Vol lobelia's... Waar de hei te bloeien staat, Knielde ik, liefste mijn 's Avonds, in m'n nachtgewaad Vóór m'n beddekijn; 'k Bad, dat ge me lieven mocht, Jongen van m'n ziel, Oorspronkelijk van de Vlaamse dichteres Alice Nahon (1896-1933) | |
![]() | Door Wiebrigje verzamelde gedichten Oorspronkelijk van de Vlaamse dichteres Alice Nahon (1896-1933) | |
![]() | Door Wiebrigje verzamelde gedichten Oorspronkelijk van de Vlaamse dichteres Alice Nahon (1896-1933) | |
![]() | Door Wiebrigje verzamelde gedichten Oorspronkelijk van de Vlaamse dichteres Alice Nahon (1896-1933) | |
![]() | Door Wiebrigje verzamelde gedichten Oorspronkelijk van de Vlaamse dichteres Alice Nahon (1896-1933) | |
![]() | Door Wiebrigje verzamelde gedichten
Oorspronkelijk van de Vlaamse dichteres Alice Nahon (1896-1933) | |
![]() | Door Wiebrigje verzamelde gedichten
Oorspronkelijk van de Vlaamse dichteres Alice Nahon (1896-1933) | |
![]() | Door Wiebrigje verzamelde gedichten
Oorspronkelijk van de Vlaamse dichteres Alice Nahon (1896-1933) |
(Levens)Verhalen | ![]() | Van Dorpsherberg tot riant Hotel: 200 Jaar De Gouden Leeuw. Delen uit een in 1968 verschenen paginagroot artikel ter ere van het 200 jarig bestaan van Hotel de Gouden Leeuw uit de Graafschapbode van 28 maart 1968. Met piepende remmen, een grote rooksliert uitstotend, stopt de stoomtram bij de halte, de conducteur en de machinist stappen uit en verdwijnen in het statige station, dat als een oase is opgedoemd na kilometers weiland en bossen. De meeste reizigers weten wat er te gebeuren staat. Allereerst gaat het tweetal een kleine hartversterking of een kopje koffie drinken. Enkele reizigers volgen het voorbeeld en gaan op de veranda zitten. |
Aantekeningen |
|